Beweging geeft dynamiek aan een foto. Beweging vraagt aandacht van de kijker: er gebeurt iets! Als fotograaf kun je beweging op twee manieren in de foto krijgen. Je houdt je camera stil en het bewegende voorwerp komt onscherp op de foto. Als je het goed doet geeft dat een beleving van snelheid. Of je beweegt juist je camera op en neer of je zoomt snel in of uit met je zoomlens tijdens de opname. Dan geeft de onscherpte de kijker de illusie dat hij zelf meebeweegt. Als je dan ook nog de camera hebt mee bewogen met het onderwerp, is het onderwerp wel scherp en de achtergrond niet. Dat geeft de ultieme illusie van snelheid! In beide gevallen moet je sluitertijd lang genoeg zijn om voldoende bewegingsonscherpte te bereiken. Een heel andere manier is juist een héél korte sluitertijd te gebruiken, zodat het bewegende onderwerp bevriest. De context van de foto maakt dan duidelijk dat het om een bewegend onderwerp gaat.

Klik op een foto voor een vergroting.